Posts tonen met het label Kaapse brouwers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kaapse brouwers. Alle posts tonen

vrijdag 29 oktober 2021

Bockbier, hoe doen de commercielen dit?

Bockbier is de enige echte Nederlandse bierstijl die zo rond oktober overal opduikt en door veel mensen die normaal alleen pils drinken gedronken wordt. De insteek van het artikel is om de overwegingen van bekende, commerciële brouwers te weten te komen voor wat betreft de moutsoorten en gist en ook wat de overwegingen en positionering per brouwerij voor hun bockbier is. Hiervoor heb ik weer een aantal brouwers geïnterviewd en een hele diverse, leuke groep gesproken. Van brouwerij de Molen kwam de eerste reactie die ik niet had verwacht. Er wordt hier namelijk geen bockbier gebrouwen. De reden hiervoor is dat de voormalig eigenaar Menno Olivier dit niet wilde. Als alternatief wordt er nu een Scottish Strong gebrouwen, Guur en Kou. 

Heel waardevolle en mooie antwoorden heb ik gekregen van Muifel, Kaapse, 't IJ, Gulpener, Uiltje en Grolsch. Dat zijn dus deels grote brouwerijen en deels craftbrouwers. Ik had graag nog wat meer informatie gehad en hiervoor had ik Lindeboom, Bavaria, Oedipus, De Eeuwige Jeugd, Grutte Pier, Hert Bier en de Scheldebrouwerij aangeschreven, maar deze gaven helaas geen reactie. De vragen en antwoorden staan hier onder.

 1) De meeste bokbieren zijn gebaseerd op een combinatie van pilsmout en munichmout. Kun je iets meer vertellen over de andere moutsoorten die in jullie brouwerij worden gebruikt? 

De Muifelbrouwer wijkt al direct af van de klassiek combinatie van pils -en munichmout: wij gebruiken helemaal geen munichmout, maar relatief veel cara900 voor een mooie kleur. Melandoinemout geeft een beetje afwijkende touch aan het bier. De moutmelange is essentieel voor een goede bock. Daar hebben we veel aan gesleuteld in de beginjaren.
Het Uiltje gebruikt wel pils -en munichmout met cara -en roastmouten, aangevuld met havervlokken voor het mondgevoel. 

Het Grolsch bokbier bestaat uit pilsmout (gerstemout) en karamelmout. Deze zijn hoofdzakelijk afkomstig van mouterij Weyermann. De single bock van Kaapse, de Matador is gebrouwen uit munich -en pilsmout en een klein percentage rookmout. De reden hiervoor is om het bier droger en meer doordrinkbaar te maken. Verder komen de karameltonen uit de hoog afgeëeste Britse crystal mout. Voor de kleur nog een handje zwarte mout. Een ander Kaaps bier, de Barnabas, is een gerookte doppelbock die hoofdzakelijk bestaat uit munichmout en Duitse beukengerookte mout. Voor volheid en kleur gaan er ook nog Duitse caramout en melanoidinemout in. Het derde bockbier van de brouwerij is een special, de Imperial Sûkerbôle Weizenbock. Dat is geen klassieke bock, maar eigenlijk een zwaar, donker tarwebier, dus er wordt hoofdzakelijk tarwemout gebruikt, maar ook crystal wheat, toasted wheat en roasted wheat

Van Gulpener kwam als antwoord op deze vraag een hele waslijst aan mouten. Zoals verwacht munchener, caramelmouten, biscuit en chocolademout. Daarbovenop ongemoute granen zoals haver, tarwe, rogge, spelt en emmertarwe, maar ik denk dat de vraag niet helemaal begrepen is. 

2) Wat is het verschil tussen een Bockbier en een Belgische Dubbel?

Voor de Kaapse is een Bockbier traditioneel een volmout, ondergistend bier, met uitzondering van de Weizenbock. De moutsoorten hebben hierin de hoofdrol, met name munichmout en caramouten. In een Belgische dubbel speelt juist de Belgische bovengist de hoofdrol en mout een meer ondergeschikte rol. De meeste Belgische dubbels bevatten ook een deel suiker of karamel in hun stort om de body te verlichten. De bock van Muifel is volmout en in hun dubbel gaat suiker. Daarbij is de dubbel ook fruitiger en heeft meer gistkarakter, waar de bock wat strakker in het gistprofiel is. De verschillen zijn volgens hem wel klein. Ook het Uiltje beschouwd de verschillen tussen beide stijlen als klein, vooral als je naar de moutstort kijkt. Enig verschil is dat een bock veelal met een ondergist of neutrale bovengist gebrouwen wordt en een dubbel juist met een gist die een breed smaakprofiel heeft (qua alcohol, esters, etc). 

De Natte (dubbel) van 't IJ is veel zoeter dan de bock door de grote hoeveelheid caramout. In de IJbok zit veel meer gebrande mout die het bokbier een geroosterde smaak geeft. Het paradepaardje van de Gulpener is de ondergist, dus logisch dat men hier het type gist belangrijk vindt. De uitleg op basis van het type gist is dan duidelijk: een bockbier is klassiek ondergistend en een Belgische Dubbel is bovengistend.

Bij Grolsch is men vrij stellig: Belgische brouwers brouwen geen Bock maar Dubbel. Een paar brouwtechnische onderscheidingen zijn de moutsoorten, het stamwort en het feit dat een bock traditiegetrouw ondergistend gebrouwen wordt. Belgische abdijgist is compleet anders in estervorming dan ondergist. Bovengistende bieren zijn erg uitgesproken in bepaalde aroma’s en ondergistend hebben enorm veel aroma’s maar zijn minder uitgesproken.

3) Een bokbier is van oorsprong een ondergistend bier. Welke soort gist gebruiken jullie, ondergist of bovengist?

De brouwerij die bij uitstek een ondergistend bier maakt, is natuurlijk Gulpener. Bij Muifel heeft het overstappen van een bovengist naar een ondergist een veel mooiere bock opgeleverd. De single Bock en Doppelbock van de Kaapse brouwers worden vergist met een ondergist met een Beierse oorsprong. Grolsch, als grote pilsbrouwer gebruikt vanzelfsprekend ondergist, dezelfde gist als voor hun pils. Dat is vanaf het begin altijd zo geweest.

De Weizenbock, wat natuurlijk een wezenlijk ander bier is, wordt hier met een blend van gisten vergist. Eerst de traditionele Weizengist voor het bananen -en kruidnagelaroma, daarna een Belgische gist voor meer kruidigheid en zwarte peper. Voor een diepe vergisting wordt er een Britse gist gebruikt. 't IJ wordt met een bovengist gebrouwen, de typische huisgist en ook 't Uiltje gebruikt een bovengist. 

4) Wat zijn voor jou de belangrijkste stijlkenmerken van een Bockbier. 

'Herfstbier met een roostsmaak', is het antwoord van 't IJ. Hierbij is het belangrijk dat het bier niet te zoet is, want vele bokbieren zijn (te) zoet. 'Die van ons niet.' Er wordt een licht bittere hop en voldoende roostmout gebruikt zodat je het idee hebt dat je bier het drinken bent. Ook Gulpener noemt de gebrande en geroosterde smaken in combinatie met karamel en volmout, doordrinkbaarheid en fruit in de neus. Een belangrijke toevoeging die Grolsch doet is zoet en vol, bovenop het donkere, karamelachtige. Bij Kaapse is mout, mout en mout het belangrijkste kenmerk van een bock. De stevige basis van munichmout die een volle smaak en body biedt. Daarbovenop de gekaramelliseerde mouten voor de volle, en zoete smaak. Een handje geroosterde mout gaat er in voor een hint van roast en kleur en een lichte 'bite'.  

'Een moutgedreven bier met een leuke twist in ons geval (denk choco, hazelnoot, apfelstrudel, etc.)', zegt het Uiltje. De kleur en schuim wordt vaak onderschat, vindt Muifel, deze is voor de consument heel belangrijk. Natuurlijk ook de moutige caramellige smaak -en laag in de hop en moutbitters lijken me heel belangrijk voor een bock.

5) Wat is jullie twist op de stijl?

Verwacht van Gulpener geen rare ingredienten: de bock is gebaseerd op de klassieke Gulpener pilsgist en heeft volgens eigen zeggen meer gebrande, geroosterde mouten. Bij Grolsch ook geen fratsen, het klassieke recept wordt in stand gehouden. Bockbier is voor hun echt een Nederlandse bierstijl geworden over de jaren en wordt ook al ruim 100 jaar gebrouwen. Grolsch maar ook Amstel hebben hier volgens de brouwer min of meer de basis in gelegd. In Nederland heb je tegenwoordig klassieke stijlen en de modernere stijlen. Veel brouwers voegen er iets aan toe. Dat is een kwestie van smaak. Ik vind persoonlijk de klassieke bokbier al veel smaak in zich hebben. Toevoegingen zouden wat mij betreft moeten passen bij de stijlkenmerken van het bier. Maar ook dat is een kwestie van smaak. 

Dat ze bij het Uiltje geen stijlpuristen zijn, is wel duidelijk. Denk hierbij aan de apfelstrudel en andere bijzondere ingredienten.  'Alles mag', zeggen ze zelf. 'Het is belangrijk dat zowel de consument als wij zelf blij worden van het eindproduct.' 

De twist bij 't IJ is de eigen huisgist die fruitige esters ontwikkelt tijdens de vergisting en die naast de licht bittere koffiesmaak van de roastmout, een fris tintje aan het bier geeft. Het resultaat is een goed doordrinkbare bok met 6,5% alcohol.

De Bockski van Muifel is ook zeker niet standaard, met gerookte whiskymout in de stort. De Ossebock van dezelfde brouwerij is dan wel weer een klassieke bock, waarvan de inspiratie afkomstig is van een van de favorieten van de brouwer, de Amstel bock. De twee vaste bocken van Kaapse hebben ook rookmout in het recept. De brouwers vinden dit zelf erg lekker en voorkomen daarmee ook dat het bier te zoet wordt. Zoet bier is er al genoeg op de markt. Het laatste bier van de Kaapse brouwerij is geïnspireerd op Fries suikerbrood en is een Weizenbock met een pastrytoevoeging (lactose) om het te laten lijken op de Sûkerbôle.

6) De stijl Bockbier heeft in Nederland een eigen ontwikkeling doorgemaakt. Daarmee is het ook een van de weinige typische Nederlandse bierstijlen. Waarin verschilt de Nederlandse Bock met de traditionele Duitse?

Gulpener verwoordt het kort en krachtig met een antwoord dat de algemene perceptie van de Nederlandse bock goed omschrijft: over het algemeen een stuk zoeter en minder bitter. Grolsch zegt dat ze over het algemeen minder uitgesproken zijn en 't IJ ziet vooral de variatie binnen de kleinere Nederlandse brouwerijen: Nederlandse bok is enorm in ontwikkeling. Iedere herfst zie je weer een hoop nieuwe varianten met nieuwe originele ingrediënten. Het is ook een leuke bierstijl om variaties bij te bedenken die fijn samen gaan met die roasty taste. Volgens 't Uiltje is de 'Nederlandse Bock' nog steeds geen officiële bierstijl en in principe een nieuwe take op de Duitse variant. Waar in Nederland veelal met bovengist wordt gewerkt en diverse andere ingrediënten worden gebruikt, blijven de Duitsers traditioneler en brouwen volgen het Reinheitsgebot. 
 
 Muifel: Het seizoensbier idee is typisch Nederlands. Ik ken niet eens zo veel Duitse gewonen bockbieren alleen maar dubbel bockbieren en de bittere Einbock Urbock. Ik denk dat de Duitse bocken over het algemeen veel zoeter zijn en vanzelfsprekend met veel minder aparte ingredienten vanwege het Reinheitsgebot. De brouwer bij de Kaapse vindt de meeste bockbieren die al jaren door de grote Nederlandse brouwerijen worden gebrouwen weer wat aan de zoete kant. Men schijnt te denken dat dit is wat de Nederlandse consument verwacht van de stijl. Gelukkig zien we ook al jaren dat de kleine Nederlandse brouwers meer smaakvariëteit ten toon spreiden. In een aantal voorbeelden wordt dit uitgelegd: in 2012 brachten Emelisse, Jopen en De Prael al nieuw elan in deze traditionele stijl door ieder een versie met noten uit te brengen. Emelise een met hazelnoten, Jopen met kastanjes en De Prael met amandel. In 2013 hernieuwde ze deze samenwerking door drie bockbieren uit met vruchten te brouwen (respectievelijk rozijnen, vijgen en dadels).

'Sindsdien zijn er meer (kleine) brouwers die innovatieve variaties op deze oude stijl uitbrachten. Walhalla brengt bijvoorbeeld al jaren een Doppelbock met een groot aandeel rogge uit. X-brewing brouwt sinds een paar jaar een bock met dragon uit. Rock City brouwt al een paar jaar een pastry bock met pecannoten, marshmallow, cacao en vanille. Dus hoewel ik meer van de traditionele leest ben qua bockbieren, denk ik dat die innovatieve interpretatie van de stijl juist typisch voor het Nederlandse bock bier van de 21e eeuw is'.
 
7) Wat is volgens jou het beste bokbier? Waarom? 
 
Het antwoord van de brouwer van 't IJ is verrassend: ik drink niet graag bokbier. Bij Gulpener wordt er daarintegen het liefst eigen product gedronken, de Gulpener Herfstbock. Trots melden ze dat het de enige Nederlandse bock met Nederlandse granen en hoppen is.  
 
'Vanzelfsprekend onze eigen bokbieren!, zoals de "Life is like a bock of Chocolates" en "Apfelstrudel Doppelbock"', aldus het Uiltje. Daarnaast is men hier ook gecharmeerd van de Amstel Bock, Jopen 4-granen bok en IJbock. En ook bij Grolsch drinkt de brouwer graag zijn eigen Herfstbock. Eén van de oudste bokbieren van Nederland en écht stabiel in smaak gebleven. Vers bokbier is favoriet, maar voor de liefhebbers is er ook de gerijpte bok van Grolsch. Deze bok heeft een jaar liggen rusten in de donkere en koele munitie bunkers op vliegbasis Twenthe. De bok is daardoor wat ronder qua smaak.
 
Voor Martin van de Muifelbrouwerij kan het twee kanten op, ofwel een mooi, moutig, zacht, doordrinkbaar bier of een zware moutbom van 11%. De brouwer van de Kaapse drinkt het liefst Duitse bokken zoals de Aecht Schlenkerla Eiche Doppelbock of Urbock, of anders de beter verkrijgbare Korbinian van Weihenstephaner.

 

zondag 22 augustus 2021

Tripel: hoe doen de commercielen dit?

Hoe ziet het recept van een prijswinnende tripel eruit? Wat maakt een tripel? Wat zit er in? En, bestaat er eigenlijk zoiets als een Nederlandse tripel?  Dat zijn de vragen die ik in aanloop naar mijn eigen tripelrecept bedenk. 

In feite is een recept voor een klassieke tripel niet bijzonder lastig. Laten we dé klassieker nemen, de Westmalle tripel. Pilsmout, een paar handen suiker, nobele hoppen en zeer kenmerkend, de gist. Simpel maar erg lekker. Ik vroeg mij dus af hoe Nederlandse brouwers de details van deze bierstijl invullen. Iedereen probeert weer wat anders en elke tripel is weer uniek. Om hier achter te komen, heb ik een aantal Nederlandse brouwerijen wat vragen gesteld. Natuurlijk heb ik niet om exacte hoeveelheden gevraagd, maar probeer ik uit te vinden wat de overwegingen zijn bij ieders receptuur.

Hiervoor zijn een flink aantal microbrouwerijen aangeschreven, waaronder de prijswinnaars Brouwerij Vandeoirsprong, Gooische Bierbrouwerij, Stanislaus Brewskovitch, die met hun tripel, goud, zilver en brons hebben binnengehaald. Daarnaast een aantal brouwerijen waar ik goede tripels van heb gedronken.


1. De klassieke tripels gebruiken als basismout vaak pilsmout. Is dit waar en is er een voorkeur voor leverancier of soort?

Over het algemeen zijn alle brouwers het eens dat de basis uit pilsmout moet bestaan. De brouwer bij de Gooische baseert zijn tripel op de 'klassieke tripel' met een lichte kleur en een hoge vergistingsgraad met als het voorbeeld, de Westmalle tripel. Hiervoor is pilsmout de geëigende keuze. De keuze wordt vooral op kwaliteit en evt. prijs gemaakt. Ook bij 't IJ volgt men deze klassieke tripelfilosofie en wordt er blonde pilsmout verwerkt. Er wordt bij beide geen leverancier genoemd.

Muifel gebruikt pilsmout van Holland malt, maar andere leveranciers zullen volgens de brouwer niet veel verschil opleveren. Bij de Molen heeft Holland malt de voorkeur. De Berghoeve brouwerij brouwt met pilsmout van Nederlandse mouterijen, zonder verder voorkeur. Dingemans pilsmout verdwijnt er bij de Scheldebrouwerij in de ketel. 

Een minder traditionele aanpak wordt er bij Stanislaus Brewskovitch gehanteerd. Met het idee van een mooie (gevaarlijk) doordrinkbare tripel, wordt er met 3 mouten gebrouwen: palemout, tarwemout en havermout. Alledrie ook een klein deel in vlokvorm voor wat meer romig mondgevoel. Het idee is desondanks wel om in de buurt van een klassieke tripel te komen, zo een waar je graag een 2e of 3e van wilt drinken.

Volgens de Kaapse ligt het eraan wat men voor ogen heeft. Wanneer er een klassieke versie wordt gebrouwen, dan wordt er voor een standaard pilsmout gekozen zoals die van Holland Malt. Maar voor de Gaston, de New Wave tripel is er gekozen voor de favoriete basismout, Golden Promise pale mout. Deze mout geeft een mooie volle smaak met een rond mondgevoel. Er worden verschillende leveranciers gebruikt, maar vooral Dingemans en Holland Malt.


2. Is er een plaats voor speciaalmouten in een tripel. Zo ja welke en in welke mate? 

't IJ brouwt een tripel met ook andere mouten naast pilsmout, maar wel in veel mindere mate. Tarwemout voegt hier een mooie zachte smaak toe. Gebrande en geroosterde mouten komen er bij 't IJ niet in de tripel. Volgens de Gooische brouwer hangt de afweging tot het gebruik van speciaalmouten er van af of je een ander recept wilt benaderen, en natuurlijk wat je onder speciaalmout verstaat. Caramouten hebben volgens hem niets in een tripel te zoeken, en roostmouten al helemaal niet. Mooie toevoegingen zijn pale ale mout of munich light met een maximale stort van 15%, of tarwe, spelt of rogge, al dan niet vermout in een maximale stort van 25%. Ook bij Stanislaus Brewskovitch is er geen caramout te bekennen. De tripel wordt naast palemout gebrouwen met tarwemout en havermout. De Mayflower tripel van de Pelgrim heeft naast pilsmout een kleine toevoeging van caramel pilsmout. 

De brouwer van de Molen vraagt zich eveneens af wat de definitie is van speciaalmout. Als deze term ook vienna, palemout of mouten tot 50 EBC tot zich rekent, dan is er wel plek voor sommige speciaalmouten. De tripel van de Scheldebrouwerij heeft haver en tarwe, maar ook caramouten op de ingredientenlijst staan. Bij Muifel bestaat het bier slechts uit pilsmout, suiker en een beetje C120 voor de kleur. Dit doen ze vanwege die reden bij de Kaapse brouwerij ook, maar daarbij ook nog een munich of abbey malt van Weyermann voor het versterken van de moutigheid. De kleur van een tripel dient blijkbaar niet helemaal goudgeel te zijn, want ook bij Berghoeve wordt er een paar procent ambermout gebruikt om het bier wat donkerder te krijgen.


 3. De gist is sterk bepalend voor een tripel. Is er een huisgist, korrel of vloeibaar?

De brouwer van de Gooische zegt het in het algemeen: 'De gist is wat een tripel definieert.Je komt niet weg met een huisgist, tenzij die gebaseerd is op een Belgische abdijgist. Gebruik van andere (huis)gisten doen zo'n tripel direct door de mand vallen. Kleine brouwerijen gebruiken het best commerciële varianten voor hun tripel; de keuze voor droog of vloeibaar is dan aan de voorkeur van de brouwer.

De belangrijkste smaakmaker bij een tripel is dus de gist. Bij de Kaapse brouwt men met de bewezen gisten van de trappisten. Kaapse: 'Een tripel is een gist gedreven stijl, dus deze keuze bepaalt in grote mate het karakter van je bier. Zelf vind ik de Belgian Abbey II (Wyeast 1762 - Rochefort) een mooi profiel hebben voor een tripel. Maar er zijn natuurlijk ook andere klassiekers zoals Trappist High Gravity (Wyeast 3787 - Westmalle) of Belgian Abbey (Wyeast 1214 - Chimay) waarmee je een mooie tripel kunt brouwen.'

Op dit moment wordt de korrelgist BE-256 gebruikt bij Muifel, maar er worden ook andere gisten getest. Ook hier wordt benadrukt dat de gist essentieel is voor een tripel. De Pelgrim kiest voor een korrelgist en ook bij Stanislaus Brewskovitch wordt een korrelgist gebruikt, de Lallemand Abbaye belgian Ale Yeast. Het voornemen bestaat hier om eigen gisten te gaan kweken.
De Scheldebrouwerij maakt gebruik van de huisgist met een Belgische origine. De geldt ook voor de Berghoevebrouwerij,  die een vloeibare, 'Belgisch type' gist gebruikt. De Molen heeft een vloeibare eigen cultuur en bij het IJ is er een huisgist, de levende vloeibare gist die de typerende smaak bepaald van de 't IJbieren. 

 
4. Hop, klassiek of ook fruitig Amerikaans, gemengd? Welke bitterheden wordt ongeveer op gemikt?

De Pelgrim houdt het bij Duitse hoppen voor het creëren van de klassieke tripel. Tettnanger en andere Europese hoppen wordt gebruikt bij
Stanislaus Brewskovitch tot een bitterheid van ongeveer 26 IBU. In het verlengde hiervan ligt de Molen die klassieke hoppen gebruikt tot ongeveer 40 IBU. Continentale hopsoorten zoals Spalt, Hersbrucker en Perle verdwijnen in de ketel bij de Kaapse voor een klassieke tripel.

Voor de Gooische is hop van ondergeschikt belang aan de gist in een tripel. De gist definieert het aroma. Hoparoma mag, maar dit moet het gistaroma ondersteunen en zeker niet overstemmen. De bitterheid kan variëren van zeer mild tot stevig waarneembaar, tussen de 15 en 40 IBU. Citrusachtige, Amerikaanse aromahoppen hebben geen plaats in den klassieke tripel, en men kan zich afvragen of dit nog een tripel is.

Andere brouwerijen gebruiken Europese en Amerikaanse hoppen door elkaar. De Scheldebrouwerij en Muifelbrouwerij bijvoorbeeld. Beiden mikken op een bitterheid van 30 IBU. Berghoeve gebruikt verschillende hoppen, zowel klassiek als Amerikaans. De bitterheid ligt op 60-70 IBU, wat ver buiten de specificaties van een normale tripel ligt.
De Zatte van 't IJ klokt in op 29 IBU en bevat vooral de klassieke Saaz hop, maar ook een beetje fruitige hop zoals Styrian Golding en Cascade, maar echt in veel mindere mate voor een klein vleugje extra fruitigheid. Wanneer er bij de Kaapse brouwers een moderne tripel wordt samengesteld, zijn Amerikaanse hopsoorten zoals Cascade, Centennial en Amarillo een mooie aanvulling met hun citrusaroma’s. Bitterheid kan variëren van laag (20 IBU) tot wat meer aanwezig (50 IBU), maar dit is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid restsuikers. 


5. De meningen over het gebruik van kruiden in een tripel lopen sterk uiteen. Worden er kruiden gebruikt en zo ja, welke?

Bij de Pelgrim worden geen kruiden gebruikt. Ook bij de Molen gaan er geen kruiden in omdat deze er niet in horen volgens de brouwer. Voor de Zatte van 't IJ, wat toch best een afwijkende tripel genoemd mag worden, zitten geen kruiden omdat 'er dan te veel wordt afgeweken van de klassieke Belgische stijl Tripel wat onze Zatte wel is'. Martin Ostendorf, brouwer van Muifel verwerkt geen kruiden, omdat hij niet van kruiden in een tripel houdt. 

De Gooische brouwer geeft de voorkeur aan hoparoma's en vooral fruitige esters en kruidige fenolen uit de gist en gebruikt geen kruiden. Kruiden of eigenlijk specerijen toegevoegd aan tripels zijn volgens hem vaak snel overheersend. 
 
In het kruidenrek van de Scheldebrouwerij staat korianderzaad en bij Berghoeve sinaasappelschil en koriander. De tripel van Stanislaus Brewskovitch krijgt een subtiele dosis aan koriander, sinaasappelschil en citroenschil.
De Kaapse brouwer waarschuwt voor het te veel toevoegen van kruiden. Sinaasappelschil en koriander zijn volgens hem klassiekers, maar een tripel kan ook prima zonder kruiden. Het is een kwestie van wat voor bier je voor ogen hebt. In 2019 is er een bier gebrouwen, genaamd Tripel Masala (Lakshmi), een wat moutige tripel met Gara Masalakruiden. Deze kruiden worden bijvoorbeeld in het Indiase gerecht Chicken Masala gebruikt. Samen met de moutige basis en de kruidige Rochefort gist, werken deze kruiden goed. Een recente fantasietripel, de New Wave Tripel” (Gaston) bevatte onconventionele kruiden zoals Douglas Firr, Citroengras en Zwarte Peper gebuikt. De Douglas Firr geeft verrassend genoeg heel veel citrusaroma’s aan het bier. 

6. Wordt er iets van waterbehandeling uitgevoerd? 

Voor een tripel is het toevoegen van brouwzouten of ontkalken geen absolute must, dat bewijst de Scheldebrouwerij, Berghoeve, Pelgrim, Gooische brouwerij en 't IJ. Hier worden geen extra behandelingen aan het water gegeven. 't IJ legt uit dat de bieren in Amsterdam met Amsterdamsleiding water worden gebrouwen. Dat is perfect brouwwater met de juiste hoeveelheid kalk. Zonder verdere behandeling gaat het rechtstreeks uit de kraan de tank in. De Gooische brouwer merkt gevat op dat als je een echte klassieke tripel wilt maken, je eigenlijk moet zorgen voor metaal in je brouwwater, al wordt het water van Westmalle tegenwoordig ook ontijzerd. In de Muifelbrouwerij gaat er melkzuur in, en de Kaapse bieren krijgen doorgaans wat calciumchloride, voor een voller mondgevoel en het legt de nadruk ook meer op de moutigheid van het bier. De Molen gebruikt niet nader benoemde brouwzouten.

In Enschede is het water erg hard, waardoor het bij binnenkomst in de brewpub van Stanislaus Brewskovitch wordt onthardt. Tijdens het brouwen, wordt de zuurgraad van het water en beslag op 5,3 gehouden, eventueel door gebruik van melkzuur om de pH-waarde iets omlaag te krijgen. Er worden (nog) geen brouwzouten aan het water toegevoegd, maar men is wel bezig om hier wat mee te doen.


7. Wat maakt jullie tripel een Nederlandse tripel? Of bestaat dit volgens jullie niet? 

De brouwer van de Gooische brouwerij is vrij stellig in zijn antwoord: Er bestaat qua stijl niet zoiets als een Nederlandse Tripel. Hoewel nergens wettelijk vastgelegd is een tripel een bierstijl, gebaseerd op de Belgische trappistenbieren als Westmalle, Chimay e.d. Het Nederlands karakter in ons bier zit 'm in de herkomst van de graanstorting: pilsmout en pale ale mout van Nederlandse bodem en ongemoute triticale (een kruising tussen tarwe en rogge) van lokale akkers. Ook de brouwer van de Molen zegt dat een Nederlandse tripel niet bestaat.

Een echte Belgische stijl tripel wordt gebrouwen door 't IJ. De brouwerij is op de Belgische leest geschoeid, wat ook blijkt uit het feit dat de eerste bieren een tripel en een dubbel waren. En ook bij de Scheldebrouwerij brouwt men een Belgische tripel, aangezien de brouwerij in België ligt.

Bij Berghoeve en Muifel kan men nog enigszins meegaan in het idee van een Nederlandse tripel: Berghoeve gebruikt Nederlandse mouten, Nederlands water en een Nederlandse Brouwer, maar daar houdt het Nederlandse aandeel wel op. Ook Muifel meldt de Nederlandse grondstoffen (bijv. lokale mout) en misschien een Nederlandse toevoeging, gagel of zo, maar de tripel is echt een Belgische bierstijl.

Stanislaus Brewskovitch vraagt zich af of hun tripel een Nederlandse tripel is. Dat was in ieder geval niet het uitgangspunt. Het idee was een mooi doordrinkbare, smaakvolle tripel om aan het core assortiment toevoegen, die zij zelf naast de vele IPA's en stout ook zelf regelmatig willen drinken.

De tripels van de Kaapse volgen in de basis de traditie, maar hebben vaak ook bijzondere
toevoegingen die niet direct Nederlands te noemen zijn. De
Lakshmi was een Indiase Tripel en Gaston is een collab met Brussels Beer Project, dus zeker ook geen typische Nederlandse tripel. Wellicht dat er in de toekomst nog eens een meer Nederlandse variant gebrouwen gaat worden.

Conclusie

Uit de antwoorden van de brouwers lijkt er een soort tweedeling aanwezig te zijn. Aan de ene kant zijn er de brouwers die de klassieke paden volgen met pilsmout, suiker, hop en Belgische gist, zonder of heel weinig speciaalmouten. Aan de andere kant worden er tripels gebrouwen die de los staan van de traditie en waar men met het eindproduct voor ogen een bier vormgeeft. In beide gevallen zijn dit mooie manieren om tot een goede tripel te komen.

Wederom alle brouwers bedankt voor de openhartige antwoorden!   

 

Aanbevolen post

Overzicht van recepten | Het Ferment