Kleine brouwers hebben lange tijd een voordeel gehad op de af te dragen
bierbelasting. Hiermee kregen zij korting op de hoeveelheid accijns die afgedragen moest worden. De overheid wil deze regeling stopzetten. Volgens belangvereniging van de kleine brouwers zal dit een strop zijn voor veel brouwers en het bier duurder maken.
bierbelasting. Hiermee kregen zij korting op de hoeveelheid accijns die afgedragen moest worden. De overheid wil deze regeling stopzetten. Volgens belangvereniging van de kleine brouwers zal dit een strop zijn voor veel brouwers en het bier duurder maken.
Wat is de brouwersregeling?
In de kleine brouwersregeling is afgesproken dat er 7,5 procent korting wordt gerekend op het accijnstarief voor bier dat is geproduceerd door kleine zelfstandige brouwerijen. Het gaat om 7,5 procent korting op de bieraccijns. (C)
Het verlaagde accijnstarief mag alleen worden toegepast voor bier dat is geproduceerd in een accijnsgoederenplaats waar in het voorafgaande kalenderjaar niet meer dan 200.000 hectoliter bier is geproduceerd. (1)
In België en Duitsland loopt de korting op tot wel 50% en ligt de basisaccijns aanzienlijk lager. Zie plaatje hiernaast. (2)
De situatie
De zogenaamde brouwersregeling bestaat al langer. In 1992 is besloten de bestaande regeling van korting op accijns te verlengen, maar zelfs toen was er al twijfel aan de noodzaak ervan. In de toelichting van de overheid is opgenomen dat toendertijd de overgang van heffing op basis van wort naar bier voor kleine brouwerijen ingrijpender was dan voor (middel)grote brouwerijen. Daarna bestond het nadeel daarna echter niet meer door de overstap naar een nieuw heffingssysteem. Zelfs in de nota van de overheid heeft men geen verklaring gegeven.
In 2022 is er opnieuw geëvalueerd en is er door het kabinet besloten om de regeling te laten vervallen. Dit is weer terug gedraaid, ook weer met een onduidelijke aanleiding. En nu in 2026 heeft men de regeling opnieuw onder het vergrootglas genomen met de intentie om deze af te schaffen. (1)
De belangvereniging van kleine brouwers CRAFT heeft bezwaar aangetekend en is met een petitie begonnen om het besluit onveranderd te laten. Volgens de vereniging kampen kleine brouwers al met gestegen kosten voor energie, grondstoffen, transport, personeel, de vrachtwagenheffing en hogere statiegeldkosten. Vanaf 2027 komen daar ook de jaarlijkse accijnsindexatie en een hogere belasting op leidingwater bij. (2)
Volgens brancheorganisatie CRAFT levert de maatregel de schatkist zo'n twee miljoen euro op. Voor kleine brouwers zijn de gevolgen voor de brancheorganisatie groot. "Die 7,5 procent is voor ons best veel, want de accijnzen zijn al ontzettend gestegen", zegt Maarten Nijhof van Rigtersbier uit Haaksbergen op RTV Oost. (3)
Argumenten
Vanuit Craft en vanuit het ministerie van Financiën worden er diverse argumenten aangedragen om de regeling te handhaven of te beëindigen. Volgens CRAFT is de korting van 7,5 procent echt nodig. "Als je het vergelijkt met de Duitse en Belgische collega’s, die krijgen maar liefst vijftig procent korting. Dat voelt gewoon als een ongelijk speelveld." Het overheidsrapport daarentegen claimt dat er wel degelijk een gelijk speelveld is tussen Nederlandse en buitenlandse kleine brouwerijen, omdat in de basis accijns wordt geheven in het land waar bier wordt verkocht Daarnaast worden kleine brouwers niet benadeeld door de accijnsstructuur ten opzichte van grote brouwerijen die bier met hetzelfde alcoholpercentage produceren.
Craft is vooral bezorgd over het verdwijnen van de biercultuur. Het verdwijnen van kleine brouwerijen betekent verlies van werkgelegenheid, innovatie en de diverse Nederlandse biercultuur. Hiermee doelt de vereniging op de vaak sterke verbintenis met de omgeving. Kleine brouwerijen zijn verbonden met de allerlei lokale partijen zoals lokale horeca, retail en maatschappelijk betrokken partijen die bijdragen aan de economie en leefbaarheid van hun regio.
Kleine brouwerijen produceren op veel kleinere schaal en hebben daardoor structureel hogere kosten per liter. In de grensregio’s worden de gevolgen daarvan extra duidelijk, daar is sprake van een zeer ongelijk speelveld,” aldus CRAFT. “Het gaat hier niet alleen om de verkoop van een paar biertjes over de grens. Het Nederlandse beleid zet lokale ondernemers die diep geworteld zijn in hun gemeenschap steeds verder op achterstand. Als consumenten hun bier over de grens kopen, verdwijnt niet alleen omzet bij Nederlandse brouwers, horeca en retail, maar ook de bijbehorende belastingopbrengst naar het buitenland,” aldus Craft.
De overheid bekijkt het onderwerp toch op een andere manier. Zij stellen dat een verlaagd accijnstarief mogelijk tot meer alcoholconsumptie kan leiden. In tegenspraak daarmee stellen zij daarna dat het verlagen van de accijns slechts een beperkte invloed heeft op de productiekosten en administratie. In het daarna volgende beargumenterende deel van het rapport vraagt men zich af of deze tijdelijke maatregel voldoende is om 'het doel' te bereiken of dat er een structurele compensatie nodig is. Verder filosofeert men of de regeling alleen voor Nederlandse kleine brouwerijen moet geleden of kleine brouwers in het algemeen. Buitenlandse brouwerijen zouden ook profiteren van de regeling, wat de doelmatigheid van de regel zou ondermijnen. Deze blik is meer ingegeven door financiën dan door de bewondering voor het ambacht en de verbindende werking door deze kleine ondernemers.
Toekomst
Het afschaffen van het voordeel zal volgens Noorman van Rigters bier voor de consument een hogere prijs voor een biertje betekenen. Kleine brouwerijen verkopen vaak speciaalbier. Dat is vaak al niet goedkoop en kan volgens Noorman nog duurder worden als het tarief verdwijnt. Nijhof verwacht dat de prijs verder oploopt. "Het wordt in Nederland echt onbetaalbaar. Dan ga je voor een flesje blond 4,50 euro in de winkel betalen. Het is de vraag of mensen dat nog gaan doen. Ik denk het niet." (3)De overheid lijkt intussen wel al een besluit te hebben genomen. Zij schrijft in het beoordelingsrapport dat er op dit moment geen noodzaak lijkt te zijn tot overheidsingrijpen vanuit het perspectief van marktfalen en overheidsfalen. Het aanbod op de biermarkt is breed, kleine brouwerijen weten zich te onderscheiden en hebben toegang tot de markt. Ook zijn er geen signalen van misbruik van marktmacht in de biermarkt.
CRAFT is het hier niet mee eens en pleit er juist voor om de regeling te versterken in plaats van te schrappen om een eerlijker speelveld te creëren. Zij benadrukken dat dit gevolgen heeft voor veel partijen. De consument betaalt steeds meer voor zijn bier, de horeca ziet klanten afhaken, Nederlandse brouwers proberen hun brouwerij draaiende te houden, de grensregio waar veel consumenten producten over de grens halen en ook vooral voor de overheid die belastinginkomsten mist.
Rigtersbier verwacht dat steeds meer brouwers zullen omvallen. "Het enige wat voor mij een oplossing zou zijn, is mijn hele brouwerij oppakken en in Duitsland neerzetten en dan op de grens mijn bier gaan verkopen." Dat zal hij niet doen, want hij zit goed in Haaksbergen.
Daarmee gaat men helaas wel voorbij aan het voorbestaan van veel brouwerijen en vooral ook de verbindende werking van een lokale brouwerij. De 2 miljoen die de regeling op dit moment kost, zal op een lokaal niveau zeker weer in de samenleving terugvloeien. Je moet er toch niet aan denken dat we weer alleen bier van een paar grote brouwers kunnen drinken. Laat de menselijke en maatschappelijke redenen eens een keer harder meewegen dan de financiële. We stevenen op deze manier af op een oligarchie, waarbij er geen vrije keuze meer is en de winst bij een kleine groep rijken terecht komt. Dat is naar mijn mening niet gewenst en draagt niets bij aan de maatschappij en diversiteit.
Conclusie
Het overheidsrapport concludeert dat de kleine brouwersregeling niet voldoet aan het toetsingskader fiscale regelingen en
kan daarom worden aangemerkt als een negatief geëvalueerde regeling. Volgens hen is er van het oorspronkelijke probleem geen sprake meer in het huidige accijnsstelsel.
Men concludeert verder dat het doel van de regeling in de huidige vorm onduidelijk is en dat kleine brouwers niet worden benadeeld door de accijnsstructuur ten opzichte van grote brouwerijen die vergelijkbaar bier produceren. Kortom: er is geen reden voor overheidsingrijpen.

